Doornenburgs Dialect (11)

Omdat het vakantietijd is en DeDoornenburger lekker met de vuutjes in de Indische Oceaan baddert gaan we komende tijd even op herhalingscursus ‘Doornenburgs Dialect’.

Kent u ze nog?

Doornenburgs Dialect! Een onregelmatig verschijnende lijst van Doornenburgse dialectwoorden zoals die door Vàt en Moet in lang vervlogen tijden werden gebezigd.

Vandaag les 11:

SLEMP

Slemp: (zelfstandig naamwoord, sl’emp, ev; ww slem’pen) 1. Modder 2. Natte sneeuw 3. (Mayonaise)saus

Ut hèd gesneijt en de stroate ligge vol mèh slemp!” hoorden we vroeger vaak in het durpke. En in dit geval betrof het natuurlijk die natte, glibberige en halfsmeltende sneeuw.

Maar SLEMP (of: ZUT) kan ook natte modder zijn, veelal op de durpse straten uitgesmeerd. Altijd prettig om met die modderpoten bij je schoonfamilie aan te komen. Maakt een lekkere indruk.

Bij ut GRUT uit Doornenburg wordt SLEMP echter traditioneel méér geassocieerd met uitgaan. En wel met de afterparty nadat het setje weer middernachtelijk is thuisgekomen en de lieverds de avond dampend willen afsluiten met STUUMPKES Mè SLEMP: kleine stukjes frikandel verdronken in een overdaad aan mayonaise, curry, ketchup of satésaus! Of een combinatie daarvan.

Eet smakelijk!

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*